P

Rasstandaard van de kromfohrländer

 

FCI - Standaard nr. 192 /12.10.1998/D

Land van oorsprong:
Duitsland

Algemeen:
Middelgrote hond in 2 variateiten: ruwhaar en gladhaar.

Verhouding:
Een kromfohrlander hoort iets langer dan hoog te zijn.

Karakter:
Groot aanpassingsvermogen, leergierig en temperamentvolle hond.
Tegenover vreemden terughoudend (eenkennig).
Gezeldschapshond met nauwelijks jachtinstinkt. Agressiviteit en angstigheid zijn niet gewenst.

Hoofd

Schedel:
Schedel: licht gerond, zonder voorhoofdsknobbel; voorhoofdsgroef aanwezig.
Stop: Duidelijk aanwezig.
Gezicht:
Neus: Middelgroot, neusgaten goed geopend, bij voorkeur zwart, bruin toegestaan.
Wangen: Verhouding van wanglengte tot schedel is 1:1, profiel van wang en schedel lopen parallel, rechte neusrug, gemiddelde breedte. In profiel en van boven gezien loopt de neus iets taps toe.
Lippen: aansluitend en niet te zwaar, lipranden gesloten, donker gepigmenteerd.
Kaak/tanden: Sterke kaak met regelmatig en compleet schaargebit (42 elementen, gelijk aan de tandformule) waarbij de snijtanden zonder tussenruimte over de ondertanden staan, tanden horen loodrecht in de kaak te staan. Tanggebit is geoorloofd.
Bakken : goede bespiering, van onderkaak tot bovenkaak tot aan het jukbeen strak aanliggend.
Ogen: middelgroot, ovaal, iets scheefgesteld, donkerbruin, middelbruin toegestaan.
Oren: aan de zijkant hoog aangezet, niet boven het schedeldak vallende "kiep"oren? 3 hoekig van vorm met afgeronde tip, aanliggend aan het hoofd, zeer bewegelijk, afhankelijk vd stemming is een wat afhangend oor toegestaan.

Hals:
Profiel: schuin oplopend met licht gebogen nek
Lengte: Middellang Vorm: Krachtig, naar achteren goed gespierd.
Huid: vast aanliggend, zonder wammen.

Lichaam:

Bovenbelijning: Vloeiend verlopend, iets langer dan de schofthoogte
Schoft: Uitgesproken
Rug: Krachtig, middellang, rechte rug.
Lendenen: Een beetje smaller dan de ribbenkast, goed ontwikkeld.
Kruis: licht aflopend, goed gespierd.
Borst: Matig breed en diep. Onderlijn begint op ellebooghoogte. Licht gewelfde ribben. Voorborst licht uitgesproken.
Buiklijn: Naar de Lenden oplopend.

Staart:
Niet gecoupeert, middelmatig lang. Staartaanzet krachtig, sabelstaart, iets gekruld toegestaan; Beharing overeenstemmend met de lichaamsbeharing. In rust wordt de staart hangend met licht gebogen staartpunt, in beweging sikkelvormig over de rug gedragen.

Ledematen:
Voorhand
Algemeen beeld: De positie van de ledematen, gezien van de voorzijde, is recht en evenwijdig.
Schouders: Goed bespierd, schouderblad matig lang en schuin.
Opperarm: De hoek met het schouderblad is ongeveer 100° , goed bespierd.
Elleboog: Natuurlijk tegen het lichaam aanliggend, niet naar buiten noch naar binnen gedraaid, hoek van ong. 120°
Onderarm: Iets langer dan de opperarm, krachtig, loodrecht op de grond staand.
Pols: Goed ontwikkeld, maar niet te sterk of te dik.
Middenvoet: Relatief kort, gezien vanaf de voorkant in rechte voortzetting van de onderarm; vanaf de zijkant gezien iets schuin.
Voorvoeten: Licht gebogen, strak aanliggende tenen; Sterke voeten met goed ontwikkelde voetzolen, donker pigment, lichte nagels toegestaan.
Achterhand
Algemeen beeld: Van achter bezien is de positie van de achterpoten recht en evenwijdig.
Dijbeen: Goed bespierd, de heuphoek is ongeveer 100°. Onderbeen: Pezig, ten opzichte van het dijbeen in een hoek van ongeveer 105°.
Achtermiddenvoet: Gelijk de voor-middenvoeten, loodrecht staand, zonder hubertusklauw.
Achtervoeten: Gelijk de voorvoeten.

Gangwerk:
Vloeiend, actief, gelijkmatig uitgrijpend, met goed bereik en sterke stuwkracht, houd van springen, geen telgang.

Huid:
Strak aanliggend, Pigmentatie volgens de vacht markeringen.

Vacht:
Beharing

  • Ruwhaar Dikke, ruwe vacht met baard. Haarlengte op de schoft en rug niet langer dan 7 cm. Op de zij wat korter, ongeveer 3 cm. Het haar op de rug en voor en achterhand is harder dan dat op de zijkanten. Op het gezicht en wangen wat langer haar. Haar op de oren passend bij de beharing. Onderwol aanwezig, kort en zacht.
  • Gladhaar Dichte, zachte vacht zonder baard. Haarlengte op schoft en rug niet langer dan 7 cm. Op de zij wat korter, ongeveer 3 cm. Glad aanliggend. De oren, onderzijde van de hals en de borst zijn langer behaard. Staart met goede vlag. Goede beharing op de achterzijde van poten is wenselijk. In het gezicht en op de wangen kort behaard. Onderwol aanwezig, kort en zacht.

Haarkleur
Op het lichaam:
De grondkleur is wit met lichtbruine, roodbruine tot sterk donkerbruine aftekeningen in de vorm verschillende grote vlekken of als zadel. Zwarte haarpunten met bruine onderwol is toegestaan.
Op de kop:
Lichtbruine, roodbruine tot sterk donkerbruine aftekeningen op de wangen, over de ogen en op de oren. Grotendeels symetrisch verdeeld met een tot het voorhoofd of nek doorlopende witte aftekening (symetrisch masker met bles).

Afmetingen en gewicht:
Schofthoogte: tussen 38 en 46 cm.
Gewicht reu: 11 tot 16 kg.
Gewicht teef: 9 tot 14 kg.

Fouten:
Elke afwijking van de voorgaande punten moet als een fout worden beschouwd, waarvan de beoordeling in verhouding tot de mate van de afwijking moet staan.

Zware fouten:

  • Lichte kleur ogen
  • Te sterke verbleking van de bruine vlekken
  • Zwarte vacht zonder bruine onderwol.
  • Ontbrekende vlekken op de kop (ontbreken van masker).
  • Sterk afwijkende (onsymetrische) aftekening op de kop.

 

Diskwalificerende fouten:

  • Afwijkend karakter (agressief of angstig gedrag)
  • Boven- of ondervoorbeet
  • Ontbreken van meer dan 2 Molaren of meer dan 3 Premolaren.
  • Albinisme
  • Blauwe ogen

Opmerkingen:
Een ontbrekende snijtand in onder- of bovenkaak, of iets korter of langere beharing, zouden bij honden die verder uitmuntend zijn niet als diskwalificerende fout beoordeeld mogen worden.
Honden die duidelijk fysieke of gedragsafwijkingen laten zien, moeten gediskwalificeerd worden.